maandag 20 april 2015

Soep en broodjes

Zodra hij “Soep en broodjes” binnenkomt, ziet hij haar zitten. Hij overweegt om bij haar aan te schuiven. Maar voor hij contact heeft weten te maken, ziet hij hoe de Man, die tegenover haar zit, en die hij hield voor een oudere collega, zich ver vooroverbuigt en haar iets influistert. Ze schatert. En aan haar oren kan hij zien dat ze bloost. Het is niet Sander, zijn officieuze schoonzoon, aan wie hij ondanks alles gehecht is geraakt, die haar aan het lachen maakt. In één klap ziet hij de toekomst kantelen.

Het kerstdiner waarbij de plaats van Sander, recht tegenover hem, wordt ingenomen door deze oude Man. Zijn dochter als weekendmoeder en later drager van de Man’s tweede leg. Schoonvader en schoonzoon tegelijk met pensioen, ouderdomskwaaltjes uitwisselend tijdens het vissen.


Nu voelt hij zich oud en dubbel verraden, terwijl zijn dochter in onwetendheid nog een slokje van haar muntthee neemt. 

Beslaglegging

De haargrens. Hij zag ineens die hoge haargrens en dat is wat maakte dat zijn espresso halverwege de gang naar boven in de lucht bleef steken. Het was dat en de adoratie waarmee zijn dochter naar de man keek. Hun monden bewogen te dicht bij elkaar en hadden zo een onzichtbare scheidslijn overschreden. Dit was niet gezellig een bakkie doen met een collega en ook geen toevallige ontmoeting. Zijn dochter, die al jarenlang met Olaf ging, zat hier in een openbare gelegenheid met een voor hem onbekende man te flirten. Te flirten met een man van zijn, haar vader’s leeftijd. En er was niets wat hij er tegen kon doen. Niets dat hem (of haar) niet volkomen  belachelijk zou maken.


Ze had geen oog voor hem en lachte op een akelig overdreven manier. Hij had zijn vingers wel in zijn oren willen stoppen om het maar niet te hoeven horen. Zijn handen voor zijn ogen om het niet te hoeven zien. In plaats daarvan plaatste hij zijn koffiekopje geruisloos precies in het midden op het schoteltje. Zijn arm bewoog naar achteren, op zoek naar de mouw van zijn jas. Hij durfde zijn ogen niet van hen af te wenden, moest blijven kijken naar hoe de man een hand op haar hand plaatste alsof hij er beslag op wilde leggen. Toen keek de man onverwacht op en schonk hem een voldane glimlach.

vrijdag 3 april 2015

Een warme dag in Venetië

Het is een warme dag in Venetië. Alweer een warme dag. Vrouwen wapperen zichzelf koelte toe met hun waaiers. Van frisse lucht kun je niet spreken, daarvoor zijn de rokken die ze dragen van teveel lagen stof. Ze ruisen bij het lopen, kinderen verstoppen hun betraande gezichten erin. Als ze mogen, want lichamelijk contact is niet altijd gepast.
Er klinkt muziek door de foyer van het hotel: een strijkorkest speelt Mahler. Het overstemt het gekwebbel van de hotelgasten niet, maar zorgt voor een extra laagje ruis. Venetië aan het begin van de vorige eeuw, het toppunt van beschaving.
De professor komt de foyer binnengelopen. Hij is alleen, een eenling omgeven door vakantiehoudende families met hutkoffers. Hij kijkt zoekend om zich heen. Er is nauwelijks een lege stoel te vinden, laat staan een vrij tafeltje. Hij probeert al slenterend contact te maken met deze of gene, maar niemand heeft oog voor hem. Alsof hij er wel is, maar niet echt bestaat. Hij aarzelt of hij ergens aan zal schuiven, maar loopt uiteindelijk voor het orkest langs en verlaat de zaal.
Het geroezemoes blijft. Het golft door de zaal, sterft even weg als de maître van het hotel, een man met donkere snor en dito stemgeluid, een gezelschap aanspoort om naar de eetzaal te gaan. Het diner wordt zo dadelijk geserveerd. Hij gaat persoonlijk alle tafels langs om dit goede nieuws te vertellen. De mededeling heeft het gewenste effect. De gasten en hun conversaties volgen hem gedwee naar het restaurant.
Een jongen van een jaar of vijftien met lang blond haar en een matrozenpak blijft achter. Hij hangt wat rond bij het orkest dat onverstoorbaar doorspeelt. Hij kijkt op als hij bij de rest van het gezin wordt geroepen. Gehoorzaam, maar zonder haast loopt hij richting de eetzaal. Op de drempel staat hij oog in oog met de professor. Hun blikken kruisen elkaar, ze draaien om elkaar heen in een dans zonder woorden. Ogen blijven lang op elkaar gericht. Te lang en het noodlot is beslist.