dinsdag 4 maart 2014

Een onverwachte ontmoeting


Ik loop door het hoge gras, moeiteloos, alsof ik zweef. Om mij heen zie ik de majestueuze bergen. Ik ben geen held. Doorgaans word ik in Oostenrijk en Zwitserland bevangen door een gevoel alsof ik verslonden word door de immense grootsheid van de natuur. Nu niet. Nu zie ik alleen maar hoe mooi het is. Ik adem de frisse berglucht in en voel dat de zuurstof me energie geeft. Ik denk aan Julia Andrews in haar boerenjurk en krijg de neiging om “The hills are alive.” te gaan zingen, maar ik doe het niet. Ik geniet in stilte, alleen.

Aan de rand van de bergweide waar ik doorheen loop zie ik een rots. Het is eigenlijk een soort plateau. Een podium. Ik loop er naartoe, klim erop en kijk om me heen, de afgrond in. Het beangstigt mij vreemd genoeg niet. Ik voel zelfs geen sluimerend gevoel van hoogtevrees. Vanuit het dal zie ik een vogel naar mij toe vliegen. Het is een steenarend, die schijnbaar moeiteloos door de lucht scheert. Het is een prachtig gezicht hoe hij zich laat meevoeren door de stroom van de wind. Het doet me terugdenken aan een droom die ik ooit had. Waarin ik een ontmoeting had met een arend en op zijn rug mocht meevliegen. Het dier was enorm groot, maar vormde voor mij geen bedreiging. In tegendeel, ik voelde me gekoesterd en beschermd. Deze steenarend laat zich wel aan mij zien, maar landt niet. Hij vertrekt weer, de wijde wereld in. Ik ben weer alleen.

Ik ga zitten op het plateau, dat door de zon is voorverwarmd, en sluit mijn ogen. De zon verwarmd ook mij van top tot teen. Het scherpe licht wordt gefilterd door mijn oogleden. Ik voel dat er iemand naast me komt zitten. Ik denk dat het mijn man is en voel me er prettig bij. Samen, zo hoog boven de rest van de wereld kunnen wij alles aan dat op ons pad komt. Maar dan voelt het opeens anders. Mijn man is weg. Ik weet zonder te kijken dat de plaats naast mij nu door iemand anders wordt ingenomen. En het is goed, beter zelfs. Het is mijn moeder. Het is bijna acht jaar geleden dat ik haar voor het laatst heb gezien en gesproken. Toch zeggen we niets tegen elkaar en raken we elkaar niet aan. Alleen elkaars aanwezigheid is voldoende voor dit moment. Ik deel mijn liefde voor roofvogels met haar, zoals ik zoveel andere dingen met haar deel. Ik heb me nooit eerder zo verbonden met haar gevoeld als nu. Ik ben niet alleen.

Zo plotseling als ze gekomen is, zo plotseling vertrekt ze ook weer. Tranen biggelen over mijn wangen. Niet van verdriet over haar vertrek, maar van dankbaarheid over deze onverwachte ontmoeting. Ik weet voortaan waar ik haar kan vinden, wanneer ik haar nodig heb. Ook al ben ik alleen.

donderdag 6 februari 2014

Storytelling cubes

Rory's story cubes: enge schaduw, huis, pijl, wigwam, flat, telraam, vuur, toren en vis.


Lizzy was vrij vroeg naar bed gestuurd, omdat ze haar bord niet leeg wilde eten. Wat haar ouders niet begrepen was, dat ze het gewoonweg niet kon. Die smerige vis bleef maar aan haar gehemelte plakken tot ze er bijna van moest spugen.

Ze woonden bovenin een flat. Ze had liever, net als haar vriendinnetje Desi, in een echt huis gewoond. Met een tuin enzo. Maar Desi vond dat van haar juist wel tof. Zo leek ze net een prinses uit een sprookje die in een toren gevangen zat. Puh, zei Lizzy dan. Alsof ze een prinses elke keer alle boodschappen al die trappen op lieten sjouwen. De lift was namelijk al maanden kapot. Eigenlijk kon Lizzy zich niet eens meer herinneren hoe haar leven was met een werkende lift.

Lizzy zuchtte. Ze lag al uren, maar kon de slaap niet vatten. Haar moeder had haar eens gezegd dat ze dan schaapjes moest tellen, maar dat hielp niets. Ze ging zich alleen maar voorstellen hoe al die schapen eruit zagen. En hoe ze blaatten. En dan was ze bang dat ze zo'n herrie maakten, omdat er een wolf op de loer lag. Ze bedacht zelf het telraam. In haar bed schoof ze in gedachten de knikkers van de ene naar de andere kant. Daar werd ze over het algemeen wel lekker rustig van. Meestal was ze dan binnen no time naar dromenland vertrokken. Maar nu dus niet. Ze had alle soorten telramen en knikkers bedacht - hoe saaier, hoe beter - maar niets hielp.

Ze bleef maar denken aan een film die ze 's middags op tv had gezien. Over indianen die in wigwams of tipi's woonden en met pijlen schoten op bizons en bleekgezichten. De ene indiaan had nog engere oorlogskleuren dan de andere. Ze dansten op het steeds snellere ritme van de trommelaars rondom een groot vuur. In de donkere nacht gaf dat enge schaduwen en die zag ze nu de hele tijd voor zich.

Ze kneep haar ogen stijf dicht om de schaduwen niet te zien, maar daardoor werden ze alleen maar duidelijker, doordringender.

woensdag 12 december 2012

Grote en kleine klussen


"En u bent al dertig jaar loodgieter?" De man knikt. "Het is echt uw passie, zeg maar?" De vrouw kijkt hem niet aan terwijl ze de vraag stelt. Ze kijkt naar haar schrijfblok en de zilveren pen die ze in de aanslag houdt. Zo gauw hij antwoordt schiet haar pen ervandoor en glijden de letters als vanzelf op het papier. Merkwaardig ouderwets vindt hij het. "Nou, een passie zou ik het niet willen noemen," zegt hij droog, terwijl hij denkt aan de vele verstopte doucheputjes die hij in al die jaren onder handen heeft moeten nemen. En dat in de chicste huizen. Juist daar bleken de bewoners vaak te beroerd om hun eigen troep op te ruimen.  "Ik doe gewoon mijn werk. En de ene of de andere klus is voor mij gelijk. Je hebt grote klussen en kleine klussen. En dat is het."

Tanja zucht. Ze herkent het wel. Zij heeft ook zo haar grote en kleine klussen. Qua tijd valt dit wel onder haar grote klussen, maar als je naar de inhoud van haar taak kijkt, valt er weinig eer aan te behalen. Ze kijkt rond in de bus of ze misschien met goed fatsoen ergens anders zou kunnen aanschuiven. Maar helaas, de meeste loodgieters hebben hun eigen gezelschap bij zich. Vrouw of vriendin, zoon of dochter, in een enkel geval wordt de vakman zelfs vergezeld door zijn moeder. Misschien dat daar nog een leuk verhaal in zou zitten. Hoe loodgieters aan hun partners komen. En is het wel leuk om zo'n man in huis te hebben die bij nacht en ontij opgebeld kan worden voor een spoedklus aan een waterleiding of een lekkende kraan?  Ze zou het kunnen combineren met een reportage over leven met een verloskundige. Op een bepaalde manier hebben die twee beroepsgroepen wel raakvlakken. Ze denkt aan verstopte leidingen en tangverlossingen en krijgt spontaan een lachkick.  Snel even noteren. Misschien dat de Viva daar iets in ziet?

"Sorry, maar ik wil even kijken hoe het er thuis voor staat." John, de loodgieter, wijst naar het bagagerek. Tanja weet niet direct wat hij bedoelt, maar staat na de eerste verwarring snel op om hem de ruimte te gunnen. Wat maken ze die banken in zo'n touringcar toch altijd dicht op elkaar. Dat is niet erg als je met allemaal bekenden op pad bent, maar nu zal ze zich zes uur lang tussen de ambachtslui bevinden. Ze hoopte vooraf dat ze allemaal genoeg deodorant op zouden doen, maar bij het instappen had ze liever gewenst dat ze zuinig waren geweest met de Axe en Brut. Haar adem inhoudend ging ze op weg naar een lege stoel, onderwijl vriendelijk om zich heen lachend. Ze moet deze jongens wel te vriend houden, want zij zijn het hart van haar reportage.


John pakt intussen zijn tas uit het rek en trekt er een grote etui uit.  Nieuwsgierig kijkt Tanja mee. John blijkt met zijn tijd mee te gaan: hij heeft een Samsung tablet meegenomen aan boord. Het nieuwste van het nieuwste. Voor haar werk zou dat ook best handig zijn. Nu doet ze eigenlijk dubbelop: schrijven en daarna thuis weer uitwerken op haar laptop. Al komen op het moment dat ze zit te puzzelen boven haar kriebelige handschrift wel vaak de beste ideeën naar boven. Nu heeft ze echt niets anders bij zich dan een schrijfblok en een paar pennen.

"Goh, handig, zo'n tablet"," doet ze een nieuwe poging om een gesprek aan te knopen. Ja, knikt John. "Je kan er ook hele mooie foto's mee maken." En hij demonstreert het direct door het gezelschap in de bus te fotograferen. Op dat moment moet de bus hard remmen bij het ritsen en John dreigt voorover op zijn neus te vallen, languit in het gangpad. Tanja weet hem nog net tegen te houden. "Oeps." Ze lacht verlegen. John gaat snel weer op zijn plaats zitten. "Ik kan ook heel makkelijk bijhouden hoe het staat met de voorraad." John veegt met zijn hand over het scherm en raakt een paar knoppen aan. Prompt verschijnen er allemaal foto's van schroeven, moeren, pvc pijpen en tussenstukken. Interessant, denkt Tanja. Maar John is haar al vergeten, omdat er dringend mailtjes moeten worden beantwoord.

Tijdens de plaspauze, halverwege de rit, maakt Tanja een rondje langs de loodgieters. Ze noteert hier en daar wat markante uitspraken, leert de passagiers een beetje kennen en komt gaandeweg meer te weten over het loodgietersbestaan. Ieder heeft zijn eigen verhaal. De man die zijn moeder heeft meegenomen blijkt het familiebedrijf van zijn vader te hebben voortgezet na diens overlijden. Ze hebben wel een uitje verdiend, samen. Een wat oudere man heeft, na een succesvolle carrière als wetenschapper, pas op latere leeftijd van zijn hobby zijn beroep gemaakt. Hij maakt pareltjes van badkamers. Tanja begint benauwd aan de laatste bladzijde in haar opschrijfboekje.

Na de pauze gaat Tanja weer naast John zitten. Hij ziet haar knoeien op de lege plekken tussen vol gekalkte blaadjes. "Wil je mijn tablet lenen?" vraagt hij terwijl hij het apparaat tevoorschijn haalt. Dat laat ze zich geen twee keer zeggen. En met haar pen schrijft ze snel verder op het scherm. Dan drukt ze per ongeluk op een plaatje en komt een grote foto tevoorschijn. Het is een schaars geklede vrouw die een kraakheldere designbadkamer demonstreert. Tanja kijkt schalks naar John. "Alle klussen zijn gelijk?" vraagt ze. Hij lacht verlegen.  Tja, sommige zijn nu eenmaal meer gelijk dan anderen...